Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

137

mensch als geketend aan het stof, en verstikken in hem wat er nog verhevens en heiligs is.

Ze maken den mensch tot een dier.

Daarom waarschuwt het evangelie: „Zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten? of wat zullen wij drinken? of waarmede zullen wij ons kleeden ? Want al deze dingen zoeken de heidenen."

De heidenen!

Maar voor de zonen van het Godsrijk moet de uitwendige wereld met al hare substantieele goederen slechts zijn openbaring van het ideëele en eeuwige goed, — en een middel om het deelachtig te worden.

Het levensdoel moet boven en achter de zienlijke dingen liggen.

De mensch moet zich niet keeren tegen, maar verheffen boven de wereld.

De plannen en verwachtingen, de sympathieën en bemoeienissen, van den mensch moeten in hoofdzaak gericht zijn op de verwerkelijking en de overwinning van de goddelijke waarheid.

Voor den mensch, die eenmaal de bekoring en de macht van het evangelie heeft ervaren, hebben de materieele goederen, — zoolang de dagelijksche en noodzakelijke behoeften des levens bevredigd zijn, — slechts ondergeschikte beteekenis.

De marmeren zuilengang van den tempel in Jeruzalem, de steen bij den Jakobsput, een visschershulkje op het meer, — waren voldoende om aldaar te prediken de goede boodschap van liefde en waarheid.

De barmhartigheid van den Samaritaan, het berouw van den tollenaar, het geloof van de Kananeesche vrouw en de trouwe liefde van de specerijen-dragende vrouwen, op weg naar Jezus' graf, — hebben weinig te maken met de stof en den stijl van de kleederen, die deze menschen droegen.

De rede van Jezus klonk altijd machtig en aangrijpend, en boeide door zedelijke schoonheid, hetzij hij gezeten was aan

Sluiten