Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

139

hare gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft".

Neen, het evangelie wil absoluut niet den mensch losscheuren van de zichtbare wereld, van hare vreugden en goederen. Het wil slechts in ons verwekken en versterken het geestelijk princiep, waardoor wij ons boven de materie verheffen.

Wanneer er gezegd wordt: „Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is", — beteekent dit, dat wij ons hart niet aan de wereld zullen verpanden.

Als er staat: „Zoo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem", — wil dit zeggen, dat het altaar van onze ziel voor God moet branden.

Maar de liefde tot God is niet in tegenspraak met de liefde tot zijn schepping.

Integendeel.

Wie God liefheeft, heeft ook zijne werken en gaven liet Wèl heeft Jezus bevolen: „Wie mij navolgt, die verloochene

zichzelven", — maar dit woord stelt den eisch tot losmaking

van de ruwe instinkten, van de lage driften, van het dierlijk

ik, — en roept tot een nieuw geestelijk leven. Nergens heeft Jezus gezegd: Maak u geheel los van uwe

omgeving.

Ascese is geen karaktertrek van het evangelie.

Men moet dus vreemd staan tegenover het wezen van het christendom, wanneer men zegt, dat het christendom vijandig staat tegenover de lichtzijden en vroolijke effekten van het leven.

KoltjSrewski schrijft in het voorwoord van zijn boek „De wereldsmart": „De nieuwe boodschap, die van Jeruzalem uitging, was een vreugdetijding voor allen, die het geheim kenden zich ten opzichte van de levensvreugden te verloochenen. Zij hield in den eisch tot zelfverloochening en kruisdragen, maar beloofde daarvoor een loon in de hemelen, een geluk, dat zijn oorsprong en waarborg niet hier, maar boven, heeft. Het

Sluiten