Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALLE HEEMLEN VULT DE ZOETE ROKE

Alle heemlen vult de zoete roke Van een nooit in bloesem uitgebroken

Knoppenzwellende geheimenis: Zon en regen van de lage luchten Voelen wij haar wekken en bevruchten

Uit haar beidende bezwijmenis.

Door het licht-en-donkere verglijden Dezer doelloos wisslende getijden

Streeft een nieuw en vast seizoen; Achter branden van nabije zonnen Is de groote dageraad begonnen

Van een andren, blinden noen.

En de ziel in elk besterft tot luistren Naar het heimlijk lenteluwe fluistren

Van een vreemde stem die lokt en vleit: Die het liefste met elkander deelen, Rijzen stil als bloemen op haar stelen

In gescheidene verzonkenheid.

Tot hun oogen straks weêr samenneigen En de spiegel van hun eenzaam zwijgen

Voor het voorgevoel bezwijkt Dat een nieuwe meester in 't beminnen Ieders hart afzonderlijk komt winnen,

„En in 't eind dezelfde blijkt.

(Lente-maan)

Sluiten