Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SLAAP

Als je ver afzit in de kring

— lamp heeft zich over ons verwonderd:

opspringende vond zij

blijde zonnen om haar:

onze gezichten 1 —

warm bebroeden je mijn ogen.

Niet nachtelik is mijne liefde:

Ophelia-maan dolend langs moren en grachten,

maar een Septembermorgen

met zon die de mist vaneenklaroent,

en de geur van mijn liefde

als van een vers gekalefaterde boot.

Ik kom van zo wijd, en telkens weer,

de tafel tussen ons in zo onafzienbaar land;

de witte berg

van je schouder is ver,

de zoete klokken

over het Meidal van je gelaat.

Nu, lijk de voerman in de vriesnacht, wetend gezellige herberg, stallamp en schelf, de polk in het hooi — over eindeloze banen dokkert mijn hart naar de slaap die in je moederlik is. En lamp legt honig over je zoete leden!

34

Sluiten