Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIELUIK

Loopt hij met zijn meisje

langs witte maanpaden —

ver ronken de kermisorgels

en de Bengaalse vuren zieltogen in het dorp —

hij vooist haar al de zoete wijsjes van zijn hart,

want zijn hart is een weke occarina.

Ronde boomkruintjes, haar ogen,

waaien gestaag hun bloesems in zijn hand.

Maar hij is soldaat

die op nachtwake staat —

nacht: blauwe cowboyfilm;

Zeebrand blikvuurt: alle einders langs, de opalen,

buitelen de nachtegalen ! —

Drievoudig ontbloeit zijn heimwee:

Zondag-dorp-meisje,

en hij loopt een pas of wat,

kuchend als het treintje

dat hem naar huis voert...

Dan, onder de sterrewielingen

staat hij verloren,

en kijkt scherp uit, als een stuurman.

Drinkt hij zijn pint met de dorpskameraden,

brult zijn keel schor,

danst vonken uit de vloerkarelen —

een plotse, koele dronk

doet hem opspringen: „mijn lief l"

en hij wipt de straat over

als een jonge haas!

39

Sluiten