Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

APOTHEOSE

Aan E. L. 7. Mesens Volbrachte taak, o vrij zijn, heiliging. Nu gaan liggen met de wind om torens en achter hagen, vertrouwde luiken sluiten, uitbreken met de fluiten van de regen die aanzet als een eskadron. Als in de stad je vreugde ontsprong met de lichten alle. God keurt de stad als een diamant zij brandt tussen Zijn vingeren. Hij is het die de aarde heeft gezet ronkende bij in de kelk der hemelen en schept de vloed der straten: Ganges voor de vlekken van een ganse volle dag op je ziel!

In het ordinaire spijshuis waar alles je vreemd was, je maal en de mensen,

hebben een oude cel en zijn partner, een bleek violonist,

je vreugd opgewacht

en haar onthaald op een lied

dat zoet is als de wijn waarop men de dorpsbruid onthaalt, zoet — en gebarsten van honger als de mond van een krantevrouw in de vriesnacht! En of iemand je zegt: „het zijn maar vulgaire stadsmu-

[ziekanten"

Tziganen zijn zij voor jou,

hun spel is van liefde en honger,

eindeloze hemel over de steppen!

En het is deze zelfde avond dat op je weg wordt gezet een moedertje, en je ziet

hoe de regen op haar mantel gestolde paarlen laat,

40

Sluiten