Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIED VAN DE ARBEID

Vandaag is het over mij gekomen

en het is zo groot, mijne vrienden Jaat mij het verhalen.

Ons woord is anders geworden,

vaste klank kwam in onze stem,

en ons gebaar

tekent de komende visioenen op de lucht — wij: bouwers met horizonnen I

De grote wind die komt van de zee en de vlakte

hij brak het water los, de pleinen heeft hij witgevaagd.

Meeuwen tuimelden over de stad,

de zon is uit de wolken gevallen.

Dit is het grote Hosannah:

de mensen laten zich dragen op de wind,

dit is het grote Hosannah

van de wind en de wolken

die zingen door de mensen

— en de ongeboren kindertjes

zijn als dolende sterren in de schoot hunner moeder I De grote wind die komt van de zee en de vlakte.

Zo is dit lied gevaren uit mijn ziel

— mijn ziel was de warme, ronkende haven, luw nest voor de tochten en de tijen —

als een galjoot geschoten in zee, als een ranke galjoot ten dans gevoerd, dans van de baren en de kimmen, dans van het land waarin de baaien zich hebben vast-

[gebeten.

Overal waar deze galjoot voorbijdanst

zullen de mensen samenlopen op het strand,

en een jubel zonder einde zal zich leggen over de wereld.

Want mijn galjoot draagt het evangelie van al mijn dwalen en van mijn berouw,

43

Sluiten