Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. VOORGEVOEL

Wë g?g\ ï1161 sneUe staPPen, slank, gebogen Een heel klein beetje 't hoofd, langs 't ruischend strand?

tfaar heft hij plots zijn Aansehijn en met oogen, Vaag en toch klaar, uitkijkend naar den rand,

Den versten «oom des horizons, waar vlogen Vogels, als vlekken op den heldren wand Des eindloos-wijden hemels, en zijn hand,

Als vogel-zelf, zich zwierend naar den hooge,

Leek hij zoo klein daar, in 't heelal-ruim staande,/ De onsterfelijke Shelley... Zwaar-diep-luid, hen beest, dat bulkt naar onbereikbren buit,

oalmt dof de zee, golven op golven slaande:

Dees wéten't wel, want, ach, slechts weinig uren later i-ag t goddehjk genie, als lijk, vèr, diep in 't water.

48

Sluiten