Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3» DE MOORD

Het ranke lichaam van de boot (de haven Uitschietend als een meeuw opeens, met volle Zeilen, die heftig inderhaast zich bollen)

Scheert over 't zeeschuim reeds, waar, in wild draven,

('s Afgrond's mysteriën het doodssein gaven) Zij streeft den stormwind tegemoet te hollen, Wijl, achteraan en naast, twee even dolle

(Als, ach! op roof-moord uitgestuurde slaven)

Barken snel reppen. Dan komt Duister vallen: De mist ligt laag op 't water: zien en hooren Vergaan, alleen de horens hoeënd schallen...

Hol-dof een botsing bonst: men raadt een smoren,

Door dichte witheid, van twee lichte gillen*) En verder niets dan Dood, de diep-in stille...

*) Van Capt. Williams en Charles Vivian, den scheepsjongen, Shelley's medeschepelingen,

49

Verzen 4

Sluiten