Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. ANTWOORD VAN HIJ

Meester!... vergeef, dat 1c U zoo noeme in schromen, Maar met een diepe, als bovenaardsche vreugd, Sinds 'k als een vaag-ontroerend na-geneugt

Van overschoone en lang-geleden droomen,

Die in 'tkoud daglicht plots weer vóór ons komen, Uw naam — o, hoe dat oogenblik mij heugt!— In de' allereersten opgang mijner jeugd

Met wijdingsvolle ontroering heb vernomen.

Ik zag hem... las hem... wist niet, hoe mij wierd... Groeide er een verre erinnring in mij wakker, Dat ik, in vroeger Zijn, met U als makker,

Heb vrij door 't Engelsch heuvlenland gezwierd?

O, is de heele Menschheid, hier op aard verschenen, Eén bonte ontbloeiïng van het diep-in Eeuwig-Eéne ?

55

Sluiten