Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TER GEDACHTENIS AAN ALPHONS DIEPENBROCK

I

Ofschoon Gij ligt nu, wit als sneeuw, geloken Die levende oogen, o, voor goed, en 't woord, Het aardsche dat hier spreekt, niet wordt gehoord

Door wie als Gij, als élk eens, diep gedoken

In 't grondloos-Eéne-en-Eeuwige-ongebroken, Leeft, maar met alles saam, onsterflijk voort... O, 'k roep U toe — Uw rust wordt niet gestoord —

En 'k roep dus, nogmaals, woorden waar gesproken

Vóór 't Hooge en Onaanschouwbare Aangezicht Van 't Eeuwge Zijn in 't allerdiepst des Levens: Gij waart een Hooge, een Goede en Wijze tevens:

Diep in Uw Binnenst leefde Uw ziel in 't licht,

En-wat in dat diepst Eigne zong als 't Levend-schoone Schiept ge óm in 't heerlijk-klagend juublen Uwer tonen.

59

Sluiten