Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

't Allerdiepst Raadsel dezes Levens nam Uw innigst In-zijn óp weer in zijn schoot, Dat altijd, sinds het uit dat Eeuwge vloot,

Terug verlangde naar waar 't eens van kwam.

Wij andren dwalen verder, tot de vlam Ook van óns Zijn vervaagt tot avondrood. Wat is de mensen ? Wat weenen we om zijn dood ?

Want staan blijft steeds ons aller Moederstam,

De Menschheid , die staêg groeit en bloeit, en bladen Na bladen vallen laat in 't kerkhof-zand, Maar nieuwe komen weer aan allen kant.

De onpeilbre Kern des Zijns leeft, diep geladen, En eindloos, door der eeuwigheden tal, 't Al-zijn zich wiegt zoo, stijgende na val.

60

Sluiten