Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI

Maar neen, mijn laatste woord mag zóó niet scheiden

Van U, die zwijgend ligt in stilte Uws hofs; Eer dan iets koels hier, passen diep-geschreide

Tranen, ras wijkend voor iets stüs en dofs, Dat diep in 't hart met onweerbarstig lijden

Peinst, tot het ópvloeit in een zang des lofs; Wij leven allen in den Droom der Tijden,

Dien 't Eeuwige ons boetseert uit schijn des stofs. Wij zelf zijn droomen van een dag slechts, wetend

Zelfs niet het Diepere onzes eignen Zijns, Zwevend op 't eeuwighjk-onpeilbre, metend

Haarfijn al lengten, breedten onzes schijns, Maar voelen 't Eindelooze niet daarachter, Dat zwoegend werken moet, in weene'? of lacht er ?

64

Sluiten