Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII

Alwéér een weifeling? Weg, weg... wij voelen, Omdat zij dieper dan ons denken gloeit En, lichte bloem, omhoog naar 't zonlicht bloeit,

De zekerheid, (ondanks dien schijnbaar-koelen

Heelal-storm van ontstaan, die komt bespoelen Ook 't aanzicht dezer aarde nooit vermoeid) Dat, schoon de mensch zijn Aanzijn soms verfoeit,

Het Al-zijn schoon moet wezen van bedoelen.

Daarom zingt lof, al ziet gij schreiensrood Om al de ellende dezer wereld tevens, En laat ons kalm, in 't eind-uur onzes snevens

Omhoog zien, als we ons-zelf zien geestlijk bloot...

Hij maakt al goed. De diepste Grond des Levens, Voor wien wij schijnen zijn, is naamloos groot.

Verzen

65

5

Sluiten