Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN DE ONBEKEND-BLIJVENDEN

God-dronkenen, die diep-in zingend leven Altijd-maar-door, al zwijgt hun mond, die wonen Sinds hun geboorte in 't onuitspreekhjk-schoone,

Waarin hun ziel stil droomt: hun zinnen streven

Naar altijd dieper-voelend schoon-ziend beven Bij al wat aarde en hemelen hun toonen Aan visioenen die hen heerlijk loonen

Voor al des Levens pijnen, tot hun sneven.

O, mijne broeders al, gij, Onbekenden,

Die kwaamt en gingt, maar zonder ooit te spreken, Daar gij verkoost met geen geluid te schenden

De heil'ge stilte van'het diep-in leken

Der onder oogenrand gebleven tranen

Om mensch-verdwazing en der aarde wanen.

66

Sluiten