Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET IS MEI

O de zonne de zonne die danst op de wei En de leeuw'rik die danst in de lucht, En de perelaars breiden zoo breidelloos blij Naar den hemel hun sneeuw-witte vlucht l En het rozige schuim aan den appelaar ruischt Of de zee door zijn juichende takkenschaar bruist; En de zonne de zonne die danst op de wei... Het is Mei, het is purperen Mei 1

O de zefir de zefïr die- zingt in het licht

En de bij zingt de bloei-hagen door;

Over stekel en naald, tusschen dorens en blad

Zoekt zij zoemend het goudgele spoor.

En het honingzwaar huis aan den stengel dat juicht

Van geluk als ze binnen zijn vensteren buigt,

Waar de blonde kaboutertjes oop'nen den rei

Van den Mei, van den purperen Mei!

O de beke de beke die huppelt voorbij,

Of 't een spelensreê makkertje waar',

Dat met grillige kransen van schaduw en licht

Heeft doorvlochten het goudelend haar 1

En heur kirrelend lachje dat luidt er zoo zoet

Of een torteltje roept uit den perelenvloed

Met een perelenkeeltje, zoo zorgeloos vrij:

„Het is Mei, het is purperen Mei!"

O de zonne de zonne die danst in de wei

Op de maat van den lustigen wind,

Die de bloemekens zoent op de blozende wang

En den wolken den gordel ontbindt!

En geen boom in het veld waar geen vreugde-doen huist;

Slechts de knotwilg bolt grimmig zijn zwart-bruine vuist

Tegen 'ttwijgjen dat sprong uit zijn greep met een blij

„Het is Mei, het is purperen Mei!"

7a

Sluiten