Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STORMLIEDEREN

I

Zie, de luchten waaien tot een duister ruim En de wind wordt vrijheer van den vloed En de bladers dansen op z'n dolle luim De muziek der regens tegemoet.

Uit de zomerstilte barst het herfstjolijt: Elke boom een feestzaal vol gedruisch, Elke beek een doorgang vol bedrijvigheid, Ieder dal een open lustig huis.

In z'n Oostersch tooisel trekt de laatste trein Van genot en leven door den dag; *k Zie de vlinders varen op het stormrefrein Onder rijke overzeesche vlag.

Schelle najaarskelken bloeien wild en bont Aan de zwarte steilten van den dood, Of de laatste leefkracht door hun koop'ren mond Op uitdagend zingen henenvlood.

Dit is heerlijk einden, dit is nedergaan Zonder ijd'le klacht en zonder spijt Op de donkre hobo's van den nachtorkaan Tot den diepsten burcht der eeuwigheid.

80

Sluiten