Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

De stormbruid ruit de bladers op Tegen het oude woudgezag: Beter in één roes te vergaan Dan te verdruilen dag aan dag. Hoor je dat ruischen, breed en frisch? Hoor je dat golven, zwaar en groot? Dat is de opstandigheid die luid Aan de verstarring weerstand bood.

Wie nu niet tot de daad ontwaakt Moet tot de pit verschimmeld zijn. Daar is geen lust, geen droefenis Te machtig voor dit hoog gedein. Daar is geen enk'le ziel te zacht, Daar is geen enk'le borst te broos; Daar is maar één meesleepend lied Van stormgeluk, al eindeloos.

En wat nog nooit gevlogen heeft Schiet slank en snel de wolken in; En wat nog nooit bewogen heeft Rukt van zijn vastgeroeste pin. En uit de vlakte en den vloed En over zee en bergbazalt Borrelt en breekt de bende baan Die duisternis en nevel spalt.

Waarheen dit luisterrijke spel, Waarheen dit weergaloos gewiel? Tot d'opperste vollustigheid, Tot de bestemming van de ziel; Tot stillen hermelijnen nacht, Volmaakt van lijn en tinteling, Waar alles alles is gevuld Van glanzende verzadiging.

Sluiten