Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In grauw-geweven nonnekap.

En voort en voort geschuierd!

De molen moet gesluierd !

O zie dat kleene huisken staan!

Het krijgt een wollen buisken aan.

Hoor hoor dat druischen, drusten

Lijk opgebarsten fusten...

Hoessa J de appel ploft terneer:

Een bobbel bloed in 't regenmeer.

Hoessa 1 de peer scheurt van den tak:

Een klompe goud in 't parelvlak!

Hoessa! de noot is 't verste,

Zij tuimelt blankgebersten...

En immer immer holder aan :

Daar is geen tijd voor stille staan!

Ze donderen maar schots en schol

En pionderen de grachten vol,

Verdrinken kruid en zode

En rennen zich ten doode;

Ze zuigen in het taaie slik

En juichen er heur laatsten snik.

84

Sluiten