Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET SMEULEND VUUR1)

Ik min u, smeulend vuur, ik min uw stille dichtheid, waarin het sluim'rend licht leit te wachten op zijn uur 1

Ik min u in de morgen,

die in het Oosten staat

met aarzelend gelaat

en houdt haar gloed verborgen.

Ik min u in den avond, die sterft in lang verbloeden, met diepe en diep're gloeden zijn duistren moorder lavend.

Ik min u in den zang, die in zijn klare kracht betoomt de zware pracht van Hartstochts hoog verlang.

Ik min u in de kleuren, beslagen van den gloed die hen versmelten doet; en 'k min u in de geuren,

die zweemen van een mond, dat rood en vochtig ooft, wanneer Zij om mijn hoofd de schuchtere armen rondt...

Ik min u, smeulend vuur, ik min uw donker branden, dat achter bleeke wanden waakt en wacht op zijn uur!

1910

*) Voorzang tot den gelijknamigen cyclus.

87

Sluiten