Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vind je dan niet, dat het mijn schuld is, dat ze in de gevangenis kwam, Vader?"

„Ik vind, dat ze zichzelf er in gebracht heeft."

Dan sta ik op, en zeg langzaam: „Je meent dus niet, dat ik iets voor haar hoef te doen, als ze er in den herfst uitkomt?"

„Wat zou je moeten doen? Met haar trouwen?"

„Ja, dat moest ik eigenlijk."

Vader ziet me een poos aan en vraagt: „Houd je van haar?" „Neen, ze heeft alle liefde in me doodgemaakt." Dan slaat Vader de oogen neer en zegt niets, maar begint na te denken.

„Zie je, Vader, ik kan er maar niet over heenkomen, dat ik de schuld van het ongeluk ben." zeg ik. — De oude blijft stil zitten en antwoordt niet.

„Toen ik haar 't laatst zag, was het voor 't gerecht, en toen was ze zoo zacht, en schreide er zoo om, dat ze het kindje niet meer had. Er waren er veel, die schreiden en de rechter had ook tranen in de oogen. Hij gaf haar ook maar drie jaar."

Maar Vader zegt geen woord.

,,'k Zal een zwaar leven krijgen in den herfst, als ze naar huis moet," zeg ik. „Ze zijn niet blij, dat ze thuis komt op Bergwoud, Ze vinden, dat ze hun schande heeft aangedaan, en je kunt nooit weten, of ze haar dat niet verwijten. Ze zal er altijd door thuis moeten blijven, ze zal niet in de kerk durven komen, 't Wordt zwaar in alle opzichten."

Maar Vader antwoordt niet.

„En voor mij is 't niet gemakkelijk met haar te trouwen, 't Is niet prettig voor iemand, die een groote hoeve heeft, iemand tot vrouw te krijgen, waar de knechts en de meiden op neerzien. Moeder zou er ook niet mee ingenomen zijn. Ik geloof niet, dat we menschen zouden kunnen vragen op 'n bruiloft of 'n begrafenis."

Vader zwijgt maar aldoor.

„Zie, voor 't gerecht heb ik geprobeerd haar te helpen zoo goed ik kon. Ik heb tegen den rechter gezegd, dat het mijn schuld was, omdat ik haar gedwongen had. Ik zei ook, dat ik haar voor zoo onschuldig hield, dat ik, als zij maar van gedachten veranderde, nog dienzelfden dag met haar zou willen trouwen. Dat zei ik, omdat ze dan misschien een zachter vonnis zou krijgen. Maar hoewel ze mij twee brieven geschreven heeft, kan ik niet merken, dat ze van gedachten veranderd is. Dus begrijp je wel, dat ik nu niet verplicht ben om haar te trouwen."

Vader zit maar aldoor stil te denken.

„Ik weet wel, dat dit een menschelijke manier is om de zaak te bekijken en wij, Ingmarsens, hebben altijd met God op goeden voet willen staan. Maar soms denk ik toch ook, dat Hij niet

7

Sluiten