Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willen kan, dat 'n moordenaarster zoo hoog verheven worden zal." Vader zwijgt nog altijd.

„Je moet er om denken Vader," zeg ik, „hoe moeilijk 't is een ander te zien lijden, zonder te probeeren te helpen. Ik denk wel, dat allen in de gemeente denken zullen, dat het verkeerd is, maar ik heb het al die jaren te zwaar gehad om niet te probeeren iets te doen, als ze vrijkomt."

Vader blijft onbeweeglijk zitten.

Dan komen me de tranen in de keel, en ik zeg: „Zie je, ik ben nog een jonge kerel, en er is zooveel voor goed voor me verloren, als ik met haar trouw. De menschen vonden, dat ik verkeerd gedaan heb, dan zullen ze dat nog meer vinden." Maar ik kan Vader niet bewegen iets te zeggen.

„Maar ik heb er ook over gedacht, dat het vreemd is, dat wij Ingmarsens, zooveel honderden jaren lang onze hoeve behouden hebben, terwijl alle anderen telkens van hun akkers weg moesten. En ik denk, dat het is omdat de Ingmarsens trachten de wegen Gods te gaan. Wij, Ingmarsens, hoeven niet bang voor menschen te zijn. Wij moeten alleen maar Gods wegen gaan."

En dan ziet de oude man op en zegt : „Dit is een moeilijk geval, Ingmar. Ik geloof, dat ik naar binnen zal gaan en de andere Ingmarsens om raad vragen."

En dan gaat Vader in de groote kamer en ik blijf zitten waar ik ben. En ik zit daar te wachten, te wachten; maar Vader komt niet terug. Als ik dan uren lang gewacht heb, verveelt me dat en ga ik naar binnen, naar Vader.

„Heb nog wat geduld, kleine Ingmar," zegt Vader. „Dat is een moeilijk geval."

En ik zie hoe al de ouden met gesloten oogen zitten na te denken. En ik ga weer zitten wachten... en ik wacht nog.

Hij volgde glimlachend zijn ploeg, die nu maar heel langzaam voortgleed, alsof de paarden behoefte aan rust hadden. Toen hij aan den kant van den dijk kwam, trok hij aan de teugels en hield stil. Hij was heel ernstig geworden.

,,'t Is toch wonderlijk. Als je iemand om raad vraagt, dan voel je zelf wat goed is, terwijl je 't vraagt. Dan zie je in eens duidelijk voor je, waar je in geen drie jaar uit wijs hebt kunnen worden. Nu zal het gaan, zooals God wil."

Hij voelde, dat hy het doen moest. En opeens kwam het hem zóó zwaar voor, dat hij allen moed verloor, als hij er aan dacht. „God! sta me bij!" zei hij.

Intusschen was Ingmar Ingmarsen niet de eenige, die in den vroegen morgen buiten was. In de verte, op een pad, dat tusschen de akkers door slingerde, kwam een oud man aan. Het was

8

Sluiten