Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Als ik onze lieve Heer was," dacht hij, poetste een paar plekken, en ging voort: „Als ik onze lieve Heer was, dan zou ik zorgen, dat een zaak, die eenmaal besloten was, ook op 't zelfde oogenblik uitgevoerd werd. Ik zou den menschen niet zooveel tijd geven om te denken en nog eens te denken, en over alles te tobben wat hun in den weg staat. Ik zou ze geen tijd laten om tuig te poetsen en wagens te verven. Ik zou ze direkt van achter den ploeg wegnemen." Hij hoorde een wagen aankomen, zag uit en herkende spoedig paard en rijtuig. „Het lid van den rijksdag uit Bergwoud komt hierheen," riep hij naar de keuken, waar zijn moeder bezig was. En dadelijk hoorde hij haar de kachel opstoken en den koffiemolen in beweging brengen. De afgevaardigde reed de hoeve op, maar stapte niet uit. „Neen, ik kan niet binnenkomen," zei hij, „ik moet je maar even spreken, Ingmar. Ik heb geen tijd, ik moet door naar de kerkeraadsvergadering."

„Moeder heeft zeker de koffie al klaar," zei Ingmar. „Dank je wel, maar ik heb mijn tijd noodig." ,,'t Is lang geleden, dat we u hier zagen," zei Ingmar, en noodigde den gast opnieuw binnen te komen. Nu kwam zijn moeder naar buiten en ondersteunde z'n verzoek. „U zult toch niet heengaan zonder binnen te komen en een kopje koffie te drinken?"

Ingmar maakte den voetenzak op den wagen los en de afgevaardigde van Bergwoud maakte 'n beweging om uit te stappen. „Ja, als Moeder Marta zelf beveelt, moet ik wel gehoorzamen." Hij was een groot knap man, die zich gemakkelijk bewoog en een heel ander soort van mensch dan Ingmar en zijn moeder, die leelijk waren, met slaperige aangezichten en zware, grove lichamen. Maar hij had een diepen eerbied voor het oude geslacht op Ingmarshoeve, en zou graag zijn knap uiterlijk er voor gegeven hebben, om er uit te zien als Ingmar en een van de Ingmarsens te zijn. Hij had altijd Ingmar's partij gekozen tegenover zijn dochter, en het deed hem goed zoo vriendelijk ontvangen te worden. Toen een poos later Moeder Marta met de koffie binnenkwam, begon hij over zijn eigenlijke boodschap.

„Ik heb gedacht," zei hij en kuchte eens, „ik heb gedacht, dat ik eens moest zeggen, wat we nu met Brita zulien doen."

Het kopje dat moeder Marta in de hand had, trilde even, zoodat het lepeltje op het schoteltje rammelde. Toen werd het angstig stil in de kamer. „Wij dachten, dat 't maar 't best is, dat zij naar Amerika gaat." Hij hield weer op. 't Bleef even stil. Hij zuchtte. Wat waren die menschen toch weinig toeschietelijk! „We hebben al plaats voor haar genomen."

10

Sluiten