Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ze komt toch zeker eerst thuis," zei Ingmar. „Neen, wat zou ze thuis doen?"

Ingmar zweeg weer. Hij zat met bijna gesloten oogen, heel stil, alsof hij sliep. Maar nu begon Moeder Marta te vragen: „Zij moet zeker kleeren hebben?"

„Dat is alles in orde. Er staat een kist gepakt bij koopman Löfberg, waar we altijd uitspannen, als we naar stad gaan."

„Gaat uw vrouw haar niet nog eens zien?"

„Ja, zij wil er heen, maar ik zeg, dat het beter is die ontmoeting te vermijden."

„Ja, dat kan wel zijn."

„Bij Löfberg ligt geld en haar plaatsbewijs; dus heeft ze al wat ze noodig heeft. Ik dacht, dat ik Ingmar dat even zeggen moest; dan heeft hij zich de zaak niet meer aan te trekken," zei de afgevaardigde.

Nu zweeg moeder Marta ook. Haar hoofddoek was achterover gegleden en lag in den nek, en zij zag neer op haar boezelaar.

„Nu moet Ingmar eens aan een ander huwelijk gaan denken."

Ze zwegen beiden om 't hardst.

„Moeder Marta heeft hulp noodig in dit groote huishouden. Ingmar moet haar een rustigen ouden dag bezorgen."

Weer hield de afgevaardigde op. Zouden ze wel hooren wat hij zei? •

„Mijn vrouw en ik willen immers graag alles weer goedmaken, eei hij eindelijk.

Al dien tijd zat Ingmar daar en voelde, hoe een groote vreugd zijn ziel geheel vervulde. Brita zou naar Amerika gaan, en hij hoefde niet met haar te trouwen. Geen moordenares zou huismoeder worden op de Oude Ingmarshoeve. Hij zat daar zwijgend, omdat hij 't niet gepast vond dadelijk te toonen hoe blij hij was, maar nu kwam het hem voor, dat het tijd werd iets te zeggen.

De gast zat nu ook zwijgend voor zich uit te zien. Hij wist, dat de ouden tijd moesten hebben zich te bedenken. Toen zei Ingmars moeder: „Ja, nu heeft Brita haar straf uitgediend. Nu komt de beurt aan ons."

De oude vrouw wilde hiermee zeggen, dat als de afgevaardigde van Bergwoud hulp van de Ingmarsens verlangde, als belooning, omdat hij alles zoo goed voor hen geschikt had, zij daartoe bereid zouden zijn. Maar Ingmar vatte die woorden anders op.

Hij kromp ineen, en 't was als ontwaakte hij uit een droom.

„Wat zou Vader hiervan zeggen?" dacht hy. „Als ik hem dit nu voorlegde, wat zou hij dan zeggen?"

— „Je moet niet denken, dat je den draak kunt steken met Gods rechtvaardigheid," zei Vader dan. „Je moet niet denken, dat Hij het ongestraft zal laten, als je Brita alleen alle schuld

11

Sluiten