Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn stem klonk ruw en hij was vreeselijk om te zien. Brita zweeg en bewoog zich niet.

„Staat daar in dien brief, dat je van me houdt?" herhaalde hij, en de uitdrukking in zijn oogen was die van verbittering. „Ja," zei ze dof.

Hij schudde haar arm en slingerde dien weg. „Wat kun je liegen!" zei hij. „Wat kun jij liegen." Hij lachte hardop en ruw en zijn gezicht vertrok zich. „Dat weet God," zei ze plechtig, „dat ik Hem eiken dag gebeden heb, dat ik je zou mogen zien, eer ik heenging." „Waar wil je heengaan?" „Ik moet wel naar Amerika." „Dat zul je om den duivel niet!"

Ingmar was geheel buiten zichzelf. Hij deed wankelend een paar stappen 't bosch in. Daar wierp hij zich op den grond en barstte in schreien uit.

Brita kwam uit den wagen en ging naast hem zitten.

Ze was zoo gelukkig, dat ze bijna niet laten kon het uit te jubelen. „Ingmar, Kleine Ingmar," zei ze.

„En je vindt me zoo leelyk."

„Ja, dat vind ik ook."

Ingmar slingerde haar hand even weg.

„Laat ik nu even vrijuit spreken."

„Ja, dat zal wel moeten."

„Weet je nog wel, wat je voor 't gerecht gezegd hebt, drie jaar geleden?" „Ja."

„Dat, als ik maar anders over je dacht, je nog met mij zou willen trouwen?"

„Ja, dat weet ik wel."

„Daarna ben ik van je gaan houden. Ik had nooit gedacht, dat een mensch zooiets zeggen kon. 't Was bovenmenschelijk, dat je dat tegen me zeggen kon, Ingmar, na al wat ik je gedaan had. Toen ik je op dat oogenblik aanzag, vond ik dat je mooier was dan al die anderen, verstandiger dan allen, en dat je de eenige was, waar 't goed mee zou zijn samen te leven. Ik kreeg je zóó lief, en ik vond, dat je bij me hoorde en ik bij jou. En eerst vond ik 't een uitgemaakte zaak, dat je mij zoudt komen halen, maar later durfde ik 't toch weer niet gelooven."

Ingmar hief 't hoofd op.

„Waarom schreef je niet?" vroeg hy.

„Ik heb geschreven."

„Om me vergiffenis te vragen; was dat nu iets om over te schrijven?"

„Wat had ik dan moeten schrijven?"

24

Sluiten