Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat andere."

„Had i k dat moeten schrijven? I k?" „Nu was ik bijna niet gekomen."

„Maar, Ingmar, kon ik je dat nu schrijven, na alles wat ik je gedaan had? Ik schreef het den laatsten dag in de gevangenis, omdat de predikant zei, dat ik moest. Hij nam den brief mee en beloofde me, dat je hem krijgen zou, als ik weg was. En nu heeft hij hem al eerder gestuurd."

Ingmar nam haar hand, legde die op den grond en sloeg er op.

„Ik zou je kunnen slaan," zei hij.

„Je kunt met me doen, wat je wilt, Ingmar."

Hij zag naar haar op. Het lijden had haar nog mooier gemaakt — anders mooi dan vroeger. Hij hief zich wat op en leunde tegen haar aan.

„Je kon toch niet anders dan komen." „Ik had je bijna laten heengaan." „Ik zal je zeggen — ik hield niet van je." „Dat kan ik zoo goed begrijpen."

„Ik was blij, toen ik hoorde, dat je naar Amerika zou gaan." „Ja, Vader schreef, dat je er blij om was." „Als ik Moeder aanzag, vond ik, dat ik haar iemand als jij niet tot schoondochter geven kon." „Neen, dat gaat ook niet, Ingmar."

„Ik heb zooveel ergernis gehad om jou. Niemand heeft me willen aanzien, omdat ze vonden, dat ik zoo verkeerd tegen je gedaan had."

„Nu geloof ik, dat je doet, wat je zoo pas zei," zei Brita, „nu sla je mij."

„Ja, niemand kan ook begrijpen hoe boos ik op je ben." Ze bleef stil zitten.

„Als ik er aan denk, hoe die laatste weken en dagen waren." begon hij weer. „Maar Ingmar ..."

„Ja, daarom ben ik niet boos, maar ik had je immers kunnen laten heengaan." „Hield je niet van me, Ingmar?" „Wel neen."

„Op onze reis van de stad naar huis niet?" „Geen oogenblik. Ik vond je akelig." „Wanneer kwam 't dan terug?" „Toen ik den brief kreeg."

„Ik zag wel, dat 't voor jou voorbij was, en daarom vind ik 't zoo'n schande, dat je weten zou, dat 't voor mij pas begon." Ingmar begon in gedachten zachtjes te lachen. „Wat is er Ingmar?"

25

Sluiten