Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze was al een heel eind op weg. De groote kring van bergen, die om de gemeente liep, waren groote en kleine stukjes steen. In alle kloven had ze bosschen geplant van kleine dennetakjes. En twee spitse steenen stelden den Klackberg en den Olofshoed voor, die vlak over elkaar stonden, elk aan een kant van de beek, en het heele dal overzagen.

't Ronde dal tusschen de bergen was met de aarde uit Moeders bloempotten bedekt, en voor zoover was 't dus goed; maar ze had 't niet groen en bebouwd kunnen maken. Dus troostte ze zich er mee, dat het vroeg in de lente kon zijn, eer nog 't gras en 't koren was opgekomen.

De beek, die prachtig breed door 't dorp vloeide, had ze heel duidelijk kunnen aangeven door een lang stuk glas, en de lange schommelende schipbrug, die de beide deelen van de gemeente aan elkaar verbond, lag al lang kant en klaar op 't water van de beek.

De meer afgelegen hoeven en plaatsjes had ze ook al aangewezen met kleine stukjes van roode pannen. Ver in 't noorden, tusschen akkers en velden lag de Ingmarshoeve, maar Kolasen lag in het Oosten, waar de bergen naar elkaar toekwamen, en Bergsana lag 't meest naar 't Zuiden, waar de beek in watervallen 't dal uitkwam en door den bergring heenbrak.

Den buitenkant had ze nu eigenlijk klaar. De wegen liepen netjes met zand en grind, door de hoeven naar den oever van de beek. Groepjes boomen waren hier en daar op de vlakte en bij de woonhuizen geplant, 't Meisje had maar een blik op haar bouwerij van steen en aarde en dennetakjes te slaan om de heele gemeente voor zich te zien. Ze vond, dat het al heel mooi was.

Telkens hief ze het hoofd op om Moeder te roepen en haar 't wonderwerk te laten zien, maar ze bedwong zich. Ze vond het maar 't verstandigst Vader en Moeder niet aan haar bestaan te herinneren.

Wat nu nog te doen overbleef, was 't allermoeilijkste. Nu moest ze de kerkbuurt opbouwen, die midden in de gemeente aan beide zijden van de beek lag. Ze moest de steenen en de stukjes glas dikwijls verzetten, eer ze orde in al die gebouwen kreeg, 't Huis van den burgemeester wilde den winkel verdringen, en dat van den rechter kon bijna niet achter dat van den dokter staan. En als je dan aan alles dacht, wat daar staan moest: de kerk, de pastorie, de apotheek en 't postkantoor, de groote hoeven met haar bijgebouwen, de herberg, 't huis van den jachtmeester, 't telegraafstation.

Eindelijk was de geheele kerkbuurt klaar met haar witte en roode huizen, in 't groen gevat.

Nu mankeerde er nog maar één ding.

31

Sluiten