Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steunen, dat is mijn bedoeling. Er gaan nu zooveel valsche leerstellingen door 't land, dat de kerk wel steun noodig heeft."

„Ik dacht, dat je mijn vriend waart, Storm," zei de predikant bedroefd.

Zoo kort geleden was hij flink en opgewekt binnengekomen, nu was bij opeens in elkaar gezakt, en zag er uit alsof hij geen kracht meer had.

De meester begreep heel goed waarom de dominee zoo wanhopend werd. Hij wist even goed als ieder ander, dat de dominee eens een bizonder goed studiehoofd gehad had; maar dat hij te wild geleefd had in zijn jeugd, zoodat hij eindelijk een beroerte had gekregen en later nooit weer de oude geworden was. Meestal vergat hij zelf, dat hij maar een ruïne van een mensch was, maar telkens als hij er. aan herinnerd werd, kwam een gevoel van wanhoop over hem. En nu zat hij als een doode in den leunstoel, en 't duurde lang eer iemand iets durfde zeggen.

„De dominee moet dat zoo niet opnemen," zei de schoolmeester eindelijk, en trachtte zoo zacht en vriendelijk mogelijk te spreken.

„Stil, Storm," zei de dominee, „ik weet wel, dat ik geen uitstekend predikant geweest ben, maar ik dacht niet, dat je mij mijn betrekking af zoudt willen nemen."

Storm maakte een afwerende beweging met de hand om te toonen, dat zoo iets nooit in zijn bedoeling gelegen had, maar hrj durfde niets zeggen.

Hij was een man van zestig jaar, maar trots al het werk, dat hij op zich genomen had, was hij nog in zijn volle kracht. Er was een groot verschil tusschen hem en den predikant. Storm was een van de langste mannen in Dalecarlië en had zwart, krullend haar; zijn huid was koperrood en zyn gezicht scherp gesneden. Hij zag er ongeloofelijk sterk uit naast den predikant, die klein was, een ingevallen borst had en een kaal hoofd.

De vrouw van den schoolmeester vond, dat haar man, omdat hrj de sterkste was, toegeven moest. Zij wenkte hem, dat hy niet door moest gaan, maar hoe bedroefd hij ook was, hij scheen geen oogenblik voornemens zijn plan op te geven.

Hij begon nu langzaam en duidelijk te spreken. Hij zei, dat het nu niet lang meer duren kon, eer de verschillende secten de gemeenten binnendrongen. En hij zei, dat er behoefte was aan een plaats, waar men eenvoudiger en vrijer met het volk kon praten dan in de kerk paste, een plaats, waar men zyn teksten vrij kon kiezen, en de menschen den geheelen bijbel kon verklaren en alle moeilijke plaatsen daarin uitleggen.

Zijn vrouw wenkte hem telkens te zwijgen. Zij begreep dat de predikant by ieder woord denken moest: „O zoo, ik heb

Jeruzalem. 3

33

Sluiten