Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strand uit met den bootshaak bereiken kon. Toen liep hij hard naar 't water en waadde in de beek. Terwijl hij dat deed, had hij een wonderlijk gevoel, alsof er iemand was, die hem terugriep. „Je bent geen jonge kerel meer, Ingmar; dit kan gevaarlijk voor je worden."

Hij bedacht zich een oogenblik, en vroeg zich verwonderd af, of hij recht had zijn leven te wagen. Zijn vrouw, die hij eens uit de gevangenis was gaan halen, was dezen winter gestorven, en sinds zij was heengegaan, had hrj haar graag willen volgen. Maar daarentegen was zijn zoon, die de hoeve over zou nemen, nog niet volwassen. Hij moest het leven nog wat verdragen, om zijnentwil.

„Ja, dat moet maar gaan, zooals God wil," zei hrj. i

Nu was hij niet langer onhandig en hulpeloos, Groote Ingmar. Toen hij voortliep door de schuimende beek, stak hij den bootshaak vast in 't zand, om niet door den stroom te worden meegesleurd, en gaf nauwkeurig acht op de ijsblokken en stukken hout, die voorbij dreven, opdat ze hem niet zouden omverwerpen. En toen nu 't stuk waschsteiger, aankwam, boorde hij de^ voeten in den bodem, stak den bootshaak uit en sloeg dien in 't hout.

„Houd je goed vast," riep hij den kleintjes toe, want op 't zelfde oogenblik zwaaide 't stuk hout, zoodat alle planken kraakten. Maar 't armzalige steigertje hield 't uit, en Groote Ingmar haalde 't buiten den grooten stroom. Toen liet hij los, want hij wist, dat het nu aan land zou drijven.

Hij zette den haak weer in den grond en keerde zich om, om naar land terug te gaan. Maar daardoor lette hij niet op een grooten stok, die met kracht kwam aandrijven. Die bonsde tegen hem aan en trof hem in de zij, vlak onder den arm. 't Was een vreeselijke stoot, want de stok kwam met vliegende vaart aan, — en Groote Ingmar wankelde in 't water. Maar hij hield zich stevig vast aan den bootshaak en kwam aan land. Toen hij aan den oever stond, durfde hij zijn lichaam haast niet betasten. De geheele borstkas scheen verbrijzeld. Hij had den mond vol bloed.

„Nu is 't niet je gedaan, Groote Ingmar," dacht hij. Hij kon geen stap meer doen, maar zonk in elkaar aan den oever.

De kleine geredden maakten alarm, zoodat er menschen kwamen en hem naar huis brachten.

De predikant werd op de Ingmarshoeve gehaald en bleef er den geheelen middag. Toen hij tegen den avond naar huis kwam, ging hij naar den schoolmeester. Hij had dien dag veel beleefd en voelde behoefte er over te spreken.

De meester en Moeder Stina waren diep bedroefd, want ze hadden al gehoord, dat Ingmar Ingmarsen dood was. Maar de predikant liep met een vluggen tred, en er was iets lichts en

38

Sluiten