Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lachte en zijn oogen straalden, als had hij een heerlijk bericht te brengen.

„Ik ga daar nu heen," zei hij tot Sterke Ingmar.

Toen boog de arme boer zich over hem en zag hem diep in de oogen: „Ik kom ook," zei hij. Groote Ingmar knikte. „Maar je weet, dat ik niet komen kan, eer je zoon van den pelgrimstocht thuis komt."

„Ja, ja, dat weet ik," zei Groote Ingmar en knikte. Daarop haalde hij een paar malen diep adem, en toen was hy dood."

De schoolmeester en zijn vrouw waren het met den predikant eens, dat dit een mooi sterfbed was. Alle drie zaten lang zwijgend bijéén.

„Maar," zei Moeder Stina plotseling, „wat meende Sterke Ingmar met wat hij van dien pelgrimstocht zei?"

De predikant keek wat verlegen op. „Ik weet 't niet," zei hij. „Groote Ingmar stierf toen, ik heb geen tijd gehad daarover te denken," En weer zat hij in gedachten: — „Maar 't is vreemd gezegd, daar hebt u gelijk aan, Moeder Stina."

„Dominee weet, dat ze van Sterke Ingmar zeggen, dat hij in de toekomst zien kan?"

De predikant zat stil en streek zich langzaam met de hand over 't voorhoofd als om zijn gedachten te regelen. „Niets is zoo merkwaardig om over te denken, als Gods bestuur," zei hrj. „Niets in de wereld is zoo merkwaardig."

41

Sluiten