Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen nam Ingmar een horloge uit zijn vestjeszak, 't Was een groote, ronde zilveren knol. Leelijk en grof zag 't er uit, vooral nu ieder pas Halfvors horloge gezien had. De ketting waar 't aan hing, was ook leelijk en lomp. Geen enkel ornamentje op de kast, alleen een groote deuk. Er was niet veel aan dat horloge gelegen. Het had geen glas meer en 't email op dè wijzerplaat was ook al beschadigd.

,,'t Staat stil," zei Storm, die 't horloge aan zijn oor hield.

„Ja," zei de knaap, „ik zou alleen maar willen weten of Meester denkt, dat iemand 't maken kan."

Storm deed 't horloge open. Men kon hooren hoe 't rammelde, alsof alle wieltjes los zaten.

„Je hebt er zeker spijkers mee ingeslagen; daar kan ik niets aan doen."

„Denkt Meester, dat Erik, de klokkenmaker, er wat aan doen kan?"

„Neen, evenmin als ik. 't Is 't best, dat je 't naar Falun zendt en er een nieuw werk in laat zetten."

„Ja, dat dacht ik ook," zei Ingmar en nam 't horloge weer terug.

„Maar, wat in de wereld heb je er mee uitgevoerd?" vroeg de meester.

De jongen zat een oogenblik te slikken, alsof de tranen hem in de keel zaten.

,,'t Was Vaders horloge," zei hij. ,,'t Werd zoo beschadigd, toen die stok zoo tegen Vader aankwam."

Nu luisterden allen en Ingmar ging met moeite voort;

„We hadden Paaschvacantie... daardoor was ik thuis, toen het gebeurde. — Ik was de eerste, die bij de beek kwam, waar Vader lag. Hij had het horloge in de hand.

„Nu is 't uit met me, Ingmar," zei hij. ,,'t Spijt me, dat het horloge gebroken is, want ik zou graag willen dat je 't iemand gaf, waar ik verkeerd tegen gehandeld heb. Groet hem van mij." En toen zei hij mij, wie 't horloge hebben moest, en dat het in Falun gemaakt moest worden, eer ik het hem gaf. Maar ik ben niet meer in Falun geweest, en nu weet ik niet wat ik doen moet."

De schoolmeester bedacht of hij ook iemand wist, die naar Falun moest, maar Moeder Stina viel hem dadelijk in de rede.

„Aan wien moest je 't horloge geven, Ingmar?" vroeg ze.

„Ik weet niet, of ik het zeggen moet," zei de knaap.

„Was het Tims Halfvor, die hier zit?"

„Ja, die is het," zei hij zacht.

„Geef dan Halfvor 't horloge zooals het is," zei Moeder Stina, „dat heeft hij 't liefst."

Gehoorzaam stond Ingmar op, nam 't horloge, streek het langs zijn mouw om het zoo mooi mogelijk te maken. Toen ging hij met

46

Sluiten