Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote stappen op Halfvor toe.

„De groeten van Vader, en ik moest u dit geven," zei hij en stak hem het horloge toe. Halfvor had al dien tijd stil en somber voor zich uit zitten kijken, en toen de jongen met het horloge aankwam, legde hij de hand over de oogen, alsof hij het niet zien wou. Ingmar bleef lang voor hem staan met het horloge in de hand. Eindelijk zag hij naar Moeder Stina, alsof hij om hulp vroeg.

„Zalig zijn de vreedzamen," zei ze toen.

Halfvor strekte de eene hand uit als om het horloge af te wijzen. Toen kwam Storm ook Ingmar te hulp.

„Ik meen, dat Halfvor geen betere voldoening kan verlangen," zei hij. „Ik heb altijd gezegd, als Ingmar Ingmarsen nog leefde, zou hij Halfvor al lang in zijn eer hersteld hebben, zooals hij 't verdient."

Nu zagen ze, hoe Halfvor met de hand, die hij niet voor de oogen hield, bijna tegen zijn wil naar 't horloge greep en 't naar zich toetrok. En toen hij 't eenmaal in de hand had, stak hij 't onder zijn buis en vest en verborg 't daar.

„Dat horloge zal niemand hem afnemen," zei de meester lachend, toen hij zag hoe zorgvuldig Halfvor zijn jas er over dichtknoopte. Halfvor lachte ook, stond op, hief fier zijn hoofd en haalde diep adem. Het bloed steeg hem naar de wangen. Blij en vrijmoedig keek hij om zich heen. „Nu geloof ik, dat Halfvor voelt, dat hij een nieuw leven begint," zei Moeder Stina.

Halfvor stak nu de hand onder zijn jas en haalde zijn eigen, nieuwe horloge te voorschijn. Hij ging naar Ingmar, die weer bij de tafel was gaan zitten.

„Nu ik je vaders horloge van jou aangenomen heb, moet jij dat van mij aannemen," zei hy.

Met die woorden legde hij 't horloge op de tafel en verliet de kamer, zonder iemand goedendag'te zeggen. Den heelen dag bleef hij uit en zwierf rond op wegen en paden. Er waren een paar boeren uit Westerhoeve, die bij hem wilden koopen. Ze stonden buiten den winkel te wachten van den morgen tot den avond, maar Tims Halfvor kwam niet voor den dag.

Elof Erssen van Eljashoeve, die met Karin Ingmarsdochter getrouwd was, had een boozen, gierigen vader gehad, die altijd slecht voor hem was geweest.

Toen hij klein was, had hij nooit genoeg te eten gehad en zelfs als volwassen zoon was hij onderdrukt geworden. De oude had hem altijd aan 't werk gehouden; hij had nooit mogen dansen, zelfs 's Zondags had hij moeten werken. En toen Eljas Elof getrouwd was, had hij ook niet zelfstandig mogen worden, maar

47

Sluiten