Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest op Ingmarshoeve wonen en onder zijn schoonvader staan. En ook op Ingmarshoeve vond hij enkel werk en spaarzaamheid. Maar zoolang Ingmar Ingmarsen leefde, scheen Eljas Elof heel tevreden. Hij zwoegde maar voort en begeerde niets anders. De menschen zeiden, dat de Ingmarsens nu een familielid naar hun smaak hadden gekregen, want Elof Ersson dacht aan niets ter wereld dan aan werken.

Maar zoodra Groote Ingmar dood was, begon 't familielid te drinken en een woest leven te leiden. Hij zocht alle vroohjke jongens op, die in de gemeente te vinden waren, noodde ze op Ingmarshoeve of zwierf met ze rond in speelhuizen en herbergen. Hij hield geheel met werken op en dronk zich eiken dag dronken. In een paar maanden was hij een verloopen stumperd; Toen zijn vrouw, Karin Ingmarsdochter, hem voor 't eerst dronken zag, stond ze als versteend.

„Dat is de straf van God, omdat ik Halfvor onrecht heb aangedaan," dacht ze onmiddellijk.

Tegen haar man zei ze niet veel. Geen verwijten of waarschuwingen konden helpen; ze zag wel dat hij een boom was, die gedoemd was te verdorren, en dat hij geen steun of schaduw geven kon.

Maar haar zusters waren niet zoo verstandig als zij. Zij schaamden zich over dat wilde leven en over de drinkgelagen en drinkliederen, die van Ingmarshoeve tot op den weg weerklonken. Ze preekten en knorden beurtelings, en hoewel hun zwager eigenlijk een goedaardig man was, heerschte er toch vaak twist in huis.

Karin begon er toen over te denken hoe ze haar zusters 't huis uit zou krijgen, opdat ze aan de ellende ontkomen konden, waarin ze zelf moest leven. In den loop van den zomer vierde zij de bruiloft van de twee oudsten en de beide jongsten zond ze naar Amerika, waar ze familie had, wie 't daar goed ging.

Aan al die zusters werd haar erfdeel uitbetaald. Dat was twintigduizend kronen. Karin had de hoeve gekregen, maar er was bepaald dat Ingmar die koopen zou, zoodra hij meerderjarig was en dan zouden Karin en Eljas verhuizen.

't Was wel zonderling, dat Karin, die er zoo onhandig en hulpeloos uitzag, macht had om zoo de vogels uit het nestje te doen vliegen, hun een man, een tehuis en reisbiljetten naar Amerika te bezorgen. Ze moest het heelemaal alleen doen. Van haar man kreeg ze niet de minste hulp.

De meeste zorg had Karin over haar broer, hem, die nu Ingmar Ingmarsen was. Hij stond tegen haar man op, nog erger dan haar zusters. De jongen deed 't niet met woorden maar met daden. Eens gooide hij allen brandewijn weg, dien Eljas Elof gekocht had.

48

Sluiten