Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en een anderen keer betrapte zijn zwager hem er op, dat hij met water den drank trachtte te verdunnen.

Toen de herfst kwam, drong Karin er op aan, dat de jongen naar de groote school in Falun zou gaan zooals vroeger, maar haar man, die voogd was, verzette zich daartegen.

„Ingmar zal een boer worden, zooals ik en zijn vader en mijn vader," zei Eljas Elof. „Wat moet hij op de groote school? Van den winter gaat hrj met mij naar 't bosch om houtstapels te bouwen. Dat is 't heele onderwijs, dat hij krijgen kan. Toen ik zoo oud was als hij, zat ik den heelen winter in de kolenhut."

Karin kon hem niet tot andere gedachten brengen, maar moest er vrede mee hebben, dat Ingmar thuis in ledigheid omzwierf.

Eljas Elof begon nu zijn best te doen Ingmar te winnen. Vóór alles nam hrj hem graag mee, als hij op reis ging. De jongen ging met tegenzin mee. Hij wilde niet meedoen aan de drinkgelagen van zijn zwager. Dan bezwoer deze hem, dat hij niet verder zou gaan, dan naar de kerk of den winkel; maar had hij Ingmar eenmaal in den wagen, dan reed hij ver weg, naar de smederij in Bergsana of naar de herberg in Karmsund.

Karin was blij als haar man den jongen meenam. Zij meende, dat ze dan zeker kon zijn, dat hij niet in een greppel bij den weg zou blijven liggen, of 't paard doodrijden.

Op een morgen om acht uur kwam Eljas thuis. Ingmar zat naast hem in den wagen te slapen.

„Kom, pak hem aan, en draag hem naar binnen," riep Eljas Karin toe. „De arme jongen heeft zich dronken gedronken. Hy kan zelf niet loopen."

Karin schrikte zoo, dat ze bijna ineenzonk. Ze moest even op de stoep gaan zitten, eer ze Ingmar naar binnen kon dragen. Toen ze hem oprichtte, zag ze, dat hij niet sliep, maar koud en bewusteloos was, een doode gelijk. Karin nam hem in haar armen en droeg hem naar de kleine kamer. Daar sloot ze zich met hem op en trachtte hem weer tot bewustzijn te brengen.

Na een poos kwam ze in de groote kamer, waar Eljas zat te ontbijten. Karin ging dicht by hem staan en legde de hand op zijn schouder.

,,'t Is goed, dat je nu flink eet," zei ze, „want als je mijn broer zich hebt laten dooddrinken,, zul je in 't vervolg minder goed eten hebben dan hier op Ingmarshoeve."

„Och wat praat je?" antwoordde hy. „Een beetje brandewijn zal hem zooveel kwaad niet doen."

„Maar 't is toch, zooals ik zeg," zei Karin, en ze drukte haar harde, magere vingers in de schouders van den man. „Als hy sterft, zul jij je twintig jaar vestingstraf wel krijgen, Eljas."

Toen Karin weer bij den jongen kwam, was hy by kennis, maar

Jeruzalem. 4

4tJ

Sluiten