Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om het verhaal van 't horloge van Groote Ingmar te hooren. De boeren stonden in hun lange, witte pelsen voor de toonbank en bleven daar uren lang. Ze hingen over de toonbank, met hun ernstige, gerimpelde gezichten naar Halfvor gekeerd, die stond te vertellen. Eindelijk haalde dan Halfvor 't horloge te voorschijn en liet hun de gedeukte kast en de beschadigde wijzerplaat zien.

„Ja, zie, daar kwam de slag aan," zeiden de boeren en 't was hun, alsof ze 't heele tooneel voor zich zagen hoe Groote Ingmar gekwetst werd. „Ja 't is veel waard voor je, Halfvor, dat horloge te bezitten."

Als Halfvor 't horloge liet zien, hield hij 't aldoor stevig vast bij den ketting. Hij liet het niemand in handen nemen, geen oogenblik.

Op een dag stond Halfvor als gewoonlijk met een kring van boeren om zich heen. Hij vertelde telkens weer en eindelijk kwam het horloge voor den dag. Dadelijk werden allen met eerbied vervuld en 't werd stil, terwijl 't horloge van den een na den ander vertoond werd.

Juist op dat oogenblik kwam Eljas in den winkel, maar aller aandacht was zoo met het horloge bezig, dat niemand hem zag. Hij had ook 't verhaal van 't horloge van zijn schoonvader gehoord en begreep dadelijk wat allen zoo bezighield. Hij was niet afgunstig op Halfvor, maar vond alleen, dat 't grappig was hem en de anderen zoo eerbiedig bijeen te zien staan, om naar een oud, kapot zilveren horloge te zien.

Eljas sloop achter hem om, en met een vluggen greep pakte hij 't horloge en trok het naar zich toe. 't Was maar een grap van Eljas. Hij dacht er niet aan Halfvor 't horloge af te nemen. Hy wou hem alleen maar een beetje plagen.

Halfvor wou 't horloge weer grijpen, maar Eljas ging achteruit en hield het in de hoogte, zooals men een stukje suiker voor een hand omhoog houdt. Halfvor legde zijn hand op de toonbank en sprong er over. Hij zag er heel boos uit en Eljas werd bang; hij liep de deur uit in plaats van te blijven staan en hem 't horloge te geven.

Buiten de deur was een houten stoepje met uitgesleten treden. Hier kwam nu Eljas met den voet in een gat, struikelde en bleef op den grond liggen. Halfvor wierp zich op hem rukte hem eerst 't horloge uit de hand en gaf hem toen een paar flinke schoppen.

„Je hoeft me niet zoo hard te slaan," zei Eljas. ,,'t Zou beter zijn als je eens even keek, wat er met mijn rug gebeurd is."

Halfvor hield op, maar Eljas verroerde arm noch been om op te staan.

„Help me op," vroeg hij.

„Je kunt jezelf wel helpen, als je je roes hebt uitgeslapen."

51

Sluiten