Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eljas ging nu bij Halfvor inwonen, en lag den heelen zomer in de kamer achter den winkel.

Halfvor behoefde toch niet lang last van hem te hebben, want hij stierf al in den herfst.

Kort daarna zei Moeder Stina tot Halfvor:

„Nu moet je mij één ding beloven."

Halfvor zag verschrikt op.

„Je moet nüj beloven geduld met Karin te hebben!"

„Ja, zeker zal ik geduld hebben," zei Halfvor verbaasd.

„Ja, ze is iemand die de moeite waard is te winnen, zelfs al moest men zeven ronde jaren wachten."

Maar 't was nu niet zoo gemakkelijk voor Halfvor om geduld te hebben, want hy hoorde nu van den een, dan van den ander, die Karin 't hof maakte. Dat begon al veertien dagen na de begrafenis van Eljas.

Halfvor zat op een Zondagmiddag op zijn stoep en keek naar de voorbijgangers. Al spoedig meende hij op te merken, dat er buitengewoon veel fraaie rijtuigen voorbijreden naar Ingmarshoeve. In de eerste zat een van de inspecteurs vaH de bergwerken te Bergsana, daarna kwam de zoon van den herbergier te Karmsund, en eindelijk Berger Sven Person, een landeigenaar uit de naburige gemeente. Hy was de rykste boer uit West-Dalecarlië, een verstandig en zeer geacht man. Jong was hij zeker niet meer. Hij was al tweemaal getrouwd geweest en nu opnieuw weduwnaar.

Toen Berger Sven Person aan kwam rijden, kon Halfvor niet blyven zitten. Hij begon den weg op te loopen en spoedig was hy de brug over en aan die zijde van de beek, waar Ingmarshoeve lag. „Ik zou wel eens willen weten, waar al die wagens heengereden zyn," zeide hij. Hij liep het spoor langs, maar langzamerhand liep hy al harder.

„Ik weet dat het dom is," zei hij, want hij dacht aan de waarschuwing van Moeder Stina. „Ik zal alleen maar tot het hek gaan en zien wat ze daar uitvoeren."

Berger Sven Person en een paar andere mannen zaten in de groote kamer op Ingmarshoeve koffie te drinken. Ingmar Ingmarsen, die nog altijd bij den schoolmeester inwoonde, was des Zondags thuis. Hij zat mee aan tafel en moest voor gastheer spelen, want Karin was niet binnen. Zé had zich verontschuldigd met te zeggen, dat rij in de keuken moest wezen, daar alle dienstmeisjes naar 't Zendingshuis gegaan waren om den schoolmeester te hooren.

't Was doodvervelend in de kamer. Allen dronken zwijgend hun koffie. De mannen kenden elkaar bijna niet, en ieder zat te wachten op een gelegenheid om naar de keuken te komen en alleen met Karin te spreken.

55

Sluiten