Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesproken hadden, werden de beide oude vrienden er zeer bezorgd over, of ze ook iets kwetsends gezegd hadden.

„Ik ben zeker onrechtvaardig tegen Storm geweest," dacht de predikant. „In al de vier jaar, dat hij 's Zondagsmiddags bijbellezing houdt in 't Zendingshuis, heb ik 's morgens meer menschen in de kerk gehad dan ooit te voren, en ik heb niets van een scheuring in de kerk gemerkt. Hij heeft de gemeente niet geschaad, zooals ik verwacht had. Hij is een goed vriend en een trouwe dienstknecht. Ik zal trachten hem te toonen hoe ik hem waardeer."

En door die kleine oneenigheid op die Zondagmorgen kwam het, dat de predikant dien middag de voordracht van Meester Storm in 't Zendingshuis ging hooren.

„Ik zal Storm eens een groot plezier doen," dacht hij. „Ik zal eens gaan hooren hoe hij in zijn Sion preekt."

Onder de wandeling liep de predikant te denken aan den tijd toen 't Zendingshuis gebouwd werd. Neen, wat was toen de lucht vol profetieën geweest, en hoe zeker had hij gemeend dat God iets groots voorbereidde. Maar hy had er niets vcü gehoord. „Onze lieve Heer moet op andere gedachten gekomen zyn," dacht hij, en tegelijk lachte hij in zichzelf, omdat hij zulke wonderlijke dingen van onzen lieven Heer dacht.

Het Sion van den schoolmeester was een groote zaal met lichte muren. Houtsneden van Luther en Melanchton in met bont afgezette mantels hingen aan den muur. Onder langs de zoldering waren mooie teksten geschilderd, in lijstjes van bloemen en hemelsche trompetten en bazuinen gevat. Boven een estrade, achter in de kamer, hing een kleine oleographie, die den Goeden Herder voorstelde.

De groote, kale zaal was vol menschen, en meer was er niet noodig om een vroolijken en toch plechtigen indruk te maken. De meesten waren namelijk gekleed in hun mooie nationale kleederdrachten en de witte, wijd uitstaande, gesteven hoofddoeken van de vrouwen gaven de zaal het aanzien, alsof die vol groote vogels met witte vleugels was.

Storm was zijn voordracht reeds begonnen, toen hij den predikant zag binnenkomen en in een van de voorste banken plaats nemen.

„Je bent toch een bizonder man, Storm," zei hij tot zichzelf, „alles loopt je mee. Daar komt nu eindelijk de predikant en doet je de eer aan je te willen hooren."

In dien tijd dat de schoolmeester gepreekt had in Sion, had hij den bijbel verklaard van de eerste bladzijde tot de laatste.

Dezen middag zou hij spreken over het hemelsch Jeruzalem uit de Openbaring en over de eeuwige zaligheid. En hij was zóó gelukkig, omdat de predikant gekomen was, dat hij dacht: „Wat

61

Sluiten