Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De schoolmeester antwoordde dadelijk even vriendelijk en vermanend, alsof hij een jongen in de school terechtwees:

„Maar je begrijpt toch wel Krister Jackson, dat dit niet gaat. Laat ik Hök Matts vandaag preeken, dan kom jij den volgenden Zondag en wil preeken en Ljung Björn den daarop volgenden."

Toen de schoolmeester dat zei, waren er velen die lachten; maar van Ljung Björn kwam 't antwoord hard en scherp: „Ik weet niet waarom Krister en ik niet even geschikt zouden zijn om te preeken als Meester."

Tims Halfvor stond op om de gemoederen te kalmeeren en strijd te voorkomen.

„Zij, die 't geld gaven voor dit gebouw, moeten toch wel eerst gehoord worden, voor een nieuwe predikant wordt toegelaten."

Maar nu was ook Krister Jackson boos geworden en antwoordde haastig:

„Ik weet nog, dat we, toen we dit huis bouwden, overeen zyn gekomen, dat het een vry predikhuis en geen kerk zou worden, waar maar één Gods woord mag verkondigen."

Toen Krister dat zei, was het alsof alle aanwezigen diep ademhaalden. Voor nog maar een uur was het hun niet ingevallen, dat ze ooit zouden kunnen wenschen een anderen predikant te hooren dan den schoolmeester, maar nu dachten zij: ,,'t Zou prettig zijn eens iets nieuws te hebben; we zouden wel nieuwe woorden willen hooren en eens een ander gezicht achter de tafel op de verhooging willen zien."

't Zou toch misschien niet op strijd zijn uitgeloopen als Kolas Gunnar er niet geweest was. Dat was een tweede zwager van Tims Halfvor, een lang, mager man met donker gezicht en scherpe oogen. Hij hield veel van den schoolmeester, maar nog meer van een pittig twistgesprek.

„Ja, daar werd veel over vrijheid gesproken, toen we dit huis hier bouwden," zei hij, „maar geen enkel vry woord heb ik bier gehoord, sinds het gebouwd werd."

De schoolmeester werd vuurrood. Dit was 't eerste gezegde, dat van echte boosheid en oproerigheid getuigde.

„Dit moet ik je zeggen, Kolas Gunnar," zei hij, „dat je hier de ware vrijheid hebt hooren prediken, zooals Luther ze verkondigd heeft. Maar hier is geen vrijheid om zulke nieuwigheden te verkondigen, die den eenen dag staan en den anderen weer vallen."

„Meester wil ons laten gelooven, dat alles wat nieuw is, verkeerd is, zoodra het „de leer" raakt," zei de man kalmer en alsof hy berouw had. „Hij wil wel, dat we nieuwe metboden zullen volgen in de veefokkerij, en hij wil ons nieuwe landbouwmachines geven; maar we mogen niets weten van de nieuwe gereedschappen ter bewerking van Gods akker."

64

Sluiten