Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sommigen stonden werkelijk op; want zij waren bij Storm op school geweest, en wisten, dat, als hij op de tafel sloeg, ze allen moesten gehoorzamen. Maar de meesten bleven rustig zitten.

„Meester vergeet, dat wij nu groote menschen zijn," zeiden ze. „Hij meent, dat we nu allen zullen wegloopen, omdat hij op den katheder slaat."

En ze bleven er over praten, dat zij nieuwe predikanten wilden hooren en wie dat zouden zijn. Zij kibbelden daar al over. Zouden het menschen van Waldenström zijn, of iemand van de Evangelische stichting?"

De meester bleef op al die menschen staren, alsof hij iets griezeligs gezien had. Want tot hiertoe had hij in ieder gezicht het kind gezien. Maar nu verdwenen al de ronde, fijn gevormde kinderwangen en de lichte kinderharen en de trouwhartige kinderoogen. En de schoolmeester zag een vergadering van volwassenen, met strakke ernstige gezichten, en hij voelde, dat hij over hen geen macht had. Hij wist nauwelijks hoe hij ze aanspreken moest.

't Rumoer hield aan en nam steeds toe. De schoolmeester zweeg stil en liet ze razen. Kolas Gunnar, Ljung Björn en Krister Jackson leidden den aanval. Hök Matts, die de aanleiding tot al dit tumult geweest was, stond telkens op en smeekte hun te zwijgen; maar niemand luisterde naar hem.

De schoolmeester zag weer naar den predikant.

Daar zat hij nog even stil, met denzelfden glans in de oogen en zag den meester aan.

„Hij denkt zeker aan dien avond vier jaar geleden, toen ik hem zei, dat ik het Zendingshuis bouwen wilde," dacht de schoolmeester.

„Ja, hij heeft gelijk gehad," dacht Storm verder. „Nu hebben we 't hier, dwaalleer, oproer en scheiding, en misschien was dat alles heel niet gekomen, als ik niet had doorgezet dat Zendingshuis te bouwen."

Op 't zelfde oogenblik dat dit den schoolmeester duidelijk werd, hief hij 't hoofd en richtte zich op. Uit zijn zak nam hij een klein, glanzend, stalen sleuteltje, waarmee hij gewoonlijk de Zendingszaal sloot en opende. Hij liet het blinken in het licht, zoodat het fonkelde en de heele zaal door te zien was.

„Nu leg ik dezen sleutel hier op tafel," zei hij, „en ik neem dien nooit meer terug. Want ik zie, dat ik alles, wat ik er mee heb willen buiten houden, integendeel heb binnengehaald."

Toen legde de schoolmeester den sleutel neer, nam zijn hoed en ging recht op den predikant af. „Ik dank Dominee wel, omdat u vandaag kwam om mij te hooren," zei hij. „Want als 't vanmiddag niet gebeurd was, dan was 't nooit gebeurd."

66

Sluiten