Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, ga maar gerust naar huis en vier feest, Groote Ingmar. Ik heb hier hulp genoeg."

En toen gingen wij naar huis, Vader en ik, en alles ging goed. En nooit heeft Sterke Ingmar brand in de kolen gehad."

Gunhild bedankte Ingmar voor zijn verhaal, maar Gertrud liep zwijgend voort, alsof ze bang geworden was.

De schemering was gevallen. Alles, wat voor een oogenblik nog warm rood getint was, zag er nu blauwachtig grauw uit; alleen hier en daar in 't bosch glom nog een blad als een rood heksenoog.

Gertrud was in één verbazing over Ingmar, die zoo veel en zoo lang gesproken had. Het trof haar, dat hij 't hoofd wat opgeheven had en met vaster tred liep.

Hij was geheel veranderd, sinds hij op zijn vaderlijk erfgoed gekomen was, vond ze. Gertrud wist niet, waarom haar dat zoo onaangenaam aandeed. Ze zette zich toch spoedig over dien indruk heen, en begon met Ingmar te schertsen, en vroeg hem of hij nu van plan was te dansen.

Eindelijk waren ze aan een klein grijs huisje gekomen.

Binnen brandde licht, de kleine vensters lieten zeker te weinig daglicht door. Vioolspel en 't geluid van dansende voeten klonk hun in de ooren, maar de meisjes bleven staan en vroegen verbaasd: „Is het hier? Kan iemand hier dansen?"

Het scheen hun toe, alsof de kamer nauwelijks een enkel paar kon bergen.

„Och," zei Gabriël, „ga maar binnen; de kamer is zoo klein niet, als ze lijkt."

De deur was open en daar buiten stonden de jonge menschen, die zich warm gedanst hadden. De boerinnen gebruikten haar hoofddoeken als waaiers, de boeren trokken de korte zwarte buizen uit, om te dansen in de lichtgroene vesten met de roode mouwen.

De nieuw aangekomenen drongen door de menschen heen, die aan de deur stonden en kwamen in de kamer. De eerste, dien ze zagen, was Sterke Ingmar. Hij was een klein, gezet man met groot hoofd en langen baard. „Hij hoort zeker tot een heksen- of toovenaarsfamilie," dacht Gertrud. De oude man stond op een haard en speelde viool. Dat deed hij zeker om de dansenden niet in den weg te staan.

De kamer was grooter dan zij van buiten leek. Maar ze was armoedig en vervallen, de naakte houten wanden zaten vol wormgaten en de balken zagen zwart van den rook.

Er hingen geen gordijnen voor de vensters, en er was geen tafellaken te zien. Men kon wel zien, dat Sterke Ingmar alleen woonde. Zijn kinderen waren naar Amerika gegaan, 't Was 't

74

Sluiten