Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanhoop. Vuur aan alle kanten, voor en achter, en op zij! Er was geen ontkomen aan, allen waren verloren!

Maar door al die verschrikkingen heen voerde hy ze naar een groene plek in 't woud. waar alles rust en koelte en veiligheid was. Midden op de bloeiende weide zat Jezus. Hij breide Zijn armen uit over de vluchtende en gejaagde menschenzielen, en zij legden zich neer aan Zijn voeten, en alle gevaar was voorbij — er was geen neerlaag en vervolging meer.

Dagson sprak, zooals hij 't zelf voelde. Als hij zich neerlei aan Jezus' voeten, voelde hij vrede en rust, en vreesde geen gevaren in 't leven meer.

Na de preek van Dagson waren allen geroerd en gelukkig. Velen gingen naar hem toe en dankten hem, terwijl de tranen hun over de wangen stroomden. Zij zeiden, dat ze door deze preek waren opgewekt tot het rechte geloof in God.

Maar Karin Ingmarsdochter zat onbeweeglijk, toen Dagson uitgesproken had, en zag hem aan, alsof ze hem verweet, dat hij haar niets had kunnen geven.

Öp hetzelfde oogenblik riep een schelle stem buiten 't Zendingshuis, zóó hard. dat allen 't hoorden: „Wee, wee, wee over hen, die steenen geven in plaats van brood!"

Karin kon niet zien wie dat riep. Zij moest stil blijven zitten, terwijl de anderen naar buiten snelden.

Later kwamen haar bedienden en zeiden haar, dat hij die geroepen had, een lange, donkere man was geweest, dien niemand kende. Hij en een mooie blonde vrouw waren op den weg komen aanrijden op een wagentje, midden onder de preek. Zij hielden stil en luisterden, en juist toen ze verder zouden rijden, was de man opgestaan en had gesproken. Enkelen hadden gemeend de vrouw te herkennen. Ze moest een van de dochters van Sterke Ingmar zijn, die naar Amerika gegaan en daar getrouwd was, en die man daar moest haar man zijn. Maar 't was niet zoo makkelijk iemand te herkennen, die men als jong meisje in haar gewone pak gezien had, wanneer ze terugkwam als een volwassene met stadskleeren aan.

Karin dacht hetzelfde van Dagson als de vreemde. Dat kon men daaraan weten, dat ze nooit meer in 't Zendingshuis kwam.

Wat later in den zomer, toen een van de predikanten van de baptisten naar de gemeente kwam om er te preeken en te doopen, hoorde ze hem, en toen het leger des Heils ook bijeenkomsten ging houden in de kerkbuurt, liet zij zich naar een van deze brengen.

Een groote geestelijke beweging ging door de gemeente. Op alle bijeenkomsten werden menschen gewekt of bekeerd. Alle menschen schenen te vinden, waar zij naar verlangden.

84

Sluiten