Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delijk begon ze zacht te schreien. Ze werd geroerd door den vreemde, die haar maar steeds zat aan te zien. 't Was toch wonderlijk van iemand, die haar in 't geheel niet kende.

Zoodra de man zag, dat Brita schreide, stond hij op en ging naar de deur. Toen hij op den drempel stond, keerde hij zich om, zag Brita nog eens diep in de oogen en zei: „Doe u zelf geen kwaad, want de tijd nadert, dat ge zult mogen leven in rechtvaardigheid."

Toen ging hij. Zijn stappen klonken zwaar op de stoep en den weg, toen hij heenging.

Brita ging haastig in de kamer achter den winkel terug.

Ze nam den strik weg en bracht de trap weer in den winkel. Toen zette ze zich op een kist en bleef een paar uur onbeweeglijk zitten.

Zij had het gevoel, dat ze heel lang had rondgeloopen, terwrjl het nacht was en zoo donker, dat ze geen hand voor oogen zien kon. Ze was verdwaald, en wist niet waar ze gekomen was, en met eiken stap, dien ze deed, vreesde zij, dat ze neer zou storten in een poel of een afgrond. Maar nu had iemand haar toegeroepen, dat zij niet verder moest gaan, maar gaan zitten en wachten tot het dag werd. Ze was blij, dat ze dien gevaarlijken zwerftocht niet hoefde voort te zetten. Nu zat ze te wachten tot het morgenlicht aanbreken zou.

Sterke Ingmar had een dochter, die Anna Lize heette. Ze had jaren lang in Chicago gewoond en was daar getrouwd met John Hellgum, een Zweed, de leider van een kleine gemeente, die een eigenaardige leer was toegedaan.

Den dag na dien ontzettenden dansnacht was Anna Lize thuis gekomen om haar ouden vader te bezoeken, en haar man was meegekomen.

Hellgum gebruikte zijn tijd om lange wandelingen door de gemeente te maken. Hij maakte kennis met allen, die hij ontmoette en sprak eerst met hen over allerlei gewone dingen, maar als hij van een mensch afscheid nam, legde hij meestal zijn groote hand op zijn schouder en zei een paar woorden tot troost of opwekking.

Sterke Ingmar zag zijn schoonzoon niet veel. De oude man werkte steeds samen met Jonge Ingmar Ingmarsen, die weer naar Ingmarshoeve verhuisd was. Die twee bouwden een zagerij bij het Langfors. 't Was een heerlijke dag voor Sterke Ingmar toen de zagerij klaar was, en 't eerste stuk hout aan witte planken gekloofd werd door de schuifelende zagen.

88

Sluiten