Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE NIEUWE WEG.

't Was in de volgende lente, vlak na 't smelten van de sneeuw. Ingmar en Sterke Ingmar waren juist weer naar 't dorp gekomen om de zagerij in beweging te brengen. Den heelen winter waren ze in 't bosch geweest, en hadden gewerkt in de kolenbrander^ en timmerhout gehakt, en toén Ingmar weer naar de vlakte kwam, voelde hij zich als een beer, die pas uit zyn winterbed gekropen is. Hij was afgewend de zon aan den open hemel te zien schijnen, en knipte met de oogen, alsof zij het licht met konden verdragen. Het gebulder van den waterval en al die menschenstemmen waren hem ook vreemd, en al het gedruisch op de straten hinderde hem onuitsprekelijk. En toch was hy zoo wonderlijk blij, dat alles weer te hooren. Natuurlyk toonde hy t niet in zijn gang of manieren; maar dat voorjaar voelde hy zich zoo jong als de nieuwe scheutjes aan de berken. Niemand kan zeggen hoe heerlijk hij 't vond weer op een goed bed te slapen en behoorlijk toebereid eten te krijgen.

En dan bij Karin thuis te zijn, die met teedere liefde voor hem zorgde als een moeder. Ze had hem nieuwe kleeren laten maken, en telkens, kwam zij uit de keuken en stopte hem een lekker beetje toe, alsof hij een kleine jongen was.

En dan al dat wonderlijke, dat er gebeurd was, sinds hy naar •t bosch gegaan was. Hij had maar onbepaalde geruchten van Hellgums leer gehoord. Maar 't was nu bepaald een genot Karin en Halfvor te hooren vertellen hoe gelukkig ze waren, en hoe zij en hun vrienden elkaar trachtten te helpen om Gods wegen

te gaan. ' . „ .

We rekenen er nu op, dat je met ons meegaat, zei Karin. Ingmar zei, dat hij er veel lust in had, maar hij moest zich toch eerst bedenken. .

Den heelen winter heb ik er naar verlangd, dat je komen zou, en deel in onze zaligheid hebben," ging Karin voort, „want wij leven niet meer op aarde, maar in het nieuwe Jeruzalem, dat uit den hemel is neergedaald."

96

Sluiten