Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit een spoor van liefde voor zijn eigen familie toonde. Hij gaf alleen om de Ingmarshoeve en de Ingmarsens. Nu moest Ingmar zijn schoonzoon verdedigen.

„Mij dunkt, dat het een goede leer is," zei Ingmar.

„Zoo, vindt je dat?" zei de oude en keek hem boos aan. „Meen je dat Groote Ingmar dat ook zeggen zou?"

Ingmar antwoordde dat zijn vader zeker zou hebben meegedaan om een rechtvaardig leven te leiden.

„Je meent zeker, dat Groote Ingmar meegedaan zou hebben, om allen, die niet tot zijn vereeniging hoorden, voor duivels of antichristen uit te maken, en dat hij geweigerd zou hebben met oude vrienden om te gaan, alleen omdat ze hun eigen geloof wilden behouden."

„Ik geloof niet, dat menschen als Hellgum en Halfvor en Karin zoo doen," zei Ingmar.

„Je moet maar eens probeeren je tegen hen te verzetten, dan zul je 't wel zien."

Ingmar sneed groote stukken van zijn brood, en stopte den mond vol. Hoe vervelend, dat Sterke Ingmar zoo knorrig was.

„Ja, ja," zei de oude man na een poos. „Zoo gaat het. Hier zit jij nu, de zoon van Groote Ingmar, en hebt niets te zeggen. Maar mijn Anna Lize en haar man zijn groote lui. De besten in de gemeente buigen voor hen, en ze gaan van 't eene feest naar 't ander."

Ingmar zat maar te eten. Wat kon hij hierop antwoorden? Maar Sterke Ingmar begon weer:

„Ja, 't is een mooie leer, dat is waar; daarom heeft ook de haïve'gemeente zich bij Hellgum aangesloten. Zulk een macht als Hellgum heeft niemand ooit te voren gehad in deze gemeente. Niet eens Groote Ingmar. Hij scheidt ouders en kinderen door te preeken, dat wie zich bij hem aansluiten niet onder zondaars leven mag. Als Hellgum wenkt, dan verlaat de eene broer den anderen, de vriend zijn vriend, het meisje haar verloofde. Hij heeft macht om te maken, dat er dezen winter op elke hoeve oneenigheid en twist is. Ja, daar zou Groote Ingmar mee tevreden zijn? Hij zou Hellgum wel gesteund hebben in dit alles. Dat zou hij!"

Ingmar keek naar buiten. Hij had 't meest lust om weg te loopen. Hij begreep dat Sterke Ingmar overdreef, maar het maakte hem toch uit zijn humeur.

„Ja, ja," zei de oude man, „ik wil niet ontkennen, dat 't wonderlijk is wat Hellgum doet: hoe 't hem gelukt zijn volgelingen er toe te brengen, dat ze zich bij elkaar houden, en hoe hij menschen die eerst niets van elkaar wilden weten, tot vrienden maakt. En hoe hij van den rijke neemt en het den arme geeft, en hoe hij hun leert over eikaars leven te waken. Ik vind 't alleen jammer.

98

Sluiten