Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich af of ze zwijgen of spreken moest. Maar ze moest zich aan de waarheid houden, al zou 't ook Ingmar zeer doen, en daarom zei ze, dat als de menschen niet naar Gods stem luisterden, ze wel gelooven moest, dat ze goddeloos waren.

Halfvor begon nu mee te praten: ,,'t Is toch van onuitsprekelijk gewicht welke opvoeding de kinderen krijgen."

„Storm heeft de heele gemeente opgevoed en jou ook, Halfvor."

„Maar hij heeft ons niet geleerd een rechtvaardig leven te leiden," zei Karin.

„Ik meen toch dat je dat altijd geprobeerd hebt, Karin."

„Ik zal je eens zeggen, Ingmar, hoe 't leven is naar de oude leer. 't ïa alsof je op een ronden stok loopt: 't eene oogenblik sta je, 't andere val je. Maar als ik mijn medechristenen de hand reik en zij mij steunen, dan kan ik het smalle pad der rechtvaardigheid gaan zonder te vallen."

„Ja, maar dan is er ook niet veel kunst aan," zei Ingmar.

,,'t Is nog wel moeilijk, maar niet onmogelijk meer."

„Maar hoe is 't nu met den schoolmeester?" vroeg Ingmar.

„Zij, die tot de onzen behooren, namen hun kinderen van school. Wij wilden niet, dat de kinderen iets van de oude leer zouden hooren."

„Maar wat zei de schoolmeester daar wel van?" „Hij zei, dat de wet gebood, dat de kinderen naar school moesten gaan.

„Ja, dat geloof ik ook."

„Hij zond den veldwachter naar Israël Tomasson en naar Krister Jackson en liet de kinderen halen." „En nu hebben jelui ongenoegen met de Storms?" „Wij houden ons aan elkaar."

„Jelui hebt zeker ongenoegen met alle menschen." „Wij houden ons ver van hen, die ons tot zonde willen verlokken."

Hoe langer ze praatten, hoe meer ze hun stem dempten. Ze waren allen bang voor ieder woord, dat ze zeiden. Ze vonden, dat 't gesprek een treurige wending nam.

„Maar ik moet je de groeten van Gertrud doen," zei Karin. Ze beproefde een vroolijken toon aan te slaan. „Hellgum heeft veel met haar gesproken van den winter. Hij zegt, dat ze zich vanavond bij ons zal aansluiten."

Ingmars lippen begonnen te trillen, 't Was alsof hij den heelen dag een schot in de borst verwacht had, en nu viel het. Een rilling ging hem door de leden.

„Zoo, zal ze zich bij jelui aansluiten," zei hij bijna onhoorbaar. „Er gebeurde hier beneden veel, terwijl we daar boven in 't donkere bosch waren."

105

Sluiten