Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de moordenaars verslagen en mijn leven gered!"

Toen Karin begreep wat er gebeurd was, en zich naar Ingmar wendde, was hij al opgestaan en de kamer uitgegaan. Karin zag hem wankelend over de plaats gaan.

Zij sprong hem achterna. „Ingmar, Ingmar," riep zij.

Ingmar liep door zonder zelfs maar om te kijken.

Karin haalde hem zonder moeite in. Zij legde de hand op zijn arm. „Blijf hier, Ingmar, laat mij je verbinden."

Ingmar rukte zich los en liep door. Hij liep als een blinde rechtuit, over stok en steen, zonder 't pad te volgen. Bloed uit de wond was onder zyn kleeren doorgesijpeld; 't was in de eene schoen geloopen, en vulde die. Bij eiken stap, dien hij deed, werd het bloed uit de schoenen geperst en liet roode sporen op' het veld achter. Karin volgde hem, de handen wringend. „Blijf toch hier, Ingmar. Blijf toch? Waar ga je heen? Blijf toch hier."

Ingmar liep door, recht 't bosch in, waar niemand was, die hem helpen kon.

Karin kon de oogen niet van zvjn schoen afwenden, die vol bloed was. Telkens werden de sporen al rooder en rooder.

„Nu gaat hij 't bosch in en laat zich doodbloeden," dacht Karin.

„God zegen je, Ingmar, omdat je Hellgum hielp," zei Karin zacht. „Daar hoorden de wil en de moed van een man toe."

Ingmar liep door zonder naar haar te luisteren.

Karin liep hem voorbij en ging voor hem staan. Hrj week uit zonder op te zien en mompelde alleen:

„Ga heen en help Hellgum."

„Ik moet je wat zeggen, Ingmar. Halfvor en ik waren zoo bedroefd over wat we bespraken vanmorgen. Ik was op weg naar Hellgum, om hem te zeggen dat, hoe het ook ging — jij de zagerij behouden moest."

„Ja, nu moet je ze maar aan Hellgum geven," antwoordde Ingmar.

Hrj liep door, strompelend over stok en steen, maar hij liep.

Karin volgde hem en trachtte hem tot rede te brengen. „Vergeef 't me toch, dat ik een oogenblik in de war was en méénde, dat je met Hellgum gevochten hadt. Wat had ik anders kunnen denken?"

„Kon je niet anders denken, dan dat je broer een moordenaar was?" vroeg Ingmar zonder haar aan te zien. Hij liep door zonder ophouden. Als 't gras, dat hij neertrapte, weer opveerde, droop er bloed langs de stengels.

Toen Karin Ingmar zoo telkens Hellgums naam hoorde noemen, begreep ze eerst recht hoe hrj hem haatte. En op 't zelfde oogenblik voelde zij, hoe groot het was, wat hij gedaan had.

„Je zult geacht en geëerd worden voor wat je vandaag gedaan

111

Sluiten