Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu begon Ingmar te glimlachen; zijn gezicht straalde, maar hij zweeg nog altijd.

„Maar vanavond hoorde ik, dat je hem geholpen hadt, dien je haatte. En toen was ik overwonnen."

Gertrud werd vuurrood. „Toen voelde ik, dat ik de kracht niet had iets te doen, dat my van jou zou kunnen scheiden."

En ze boog zich over Ingmars hand en kuste die. Het was Ingmar, alsof het gelui van groote klokken hem in de ooren klonk. Zij luidden een heiligendag in. Zondagsvrede en stilte daalden neer om hem heen. En zijn groote liefde was als honing op zijn tong, en verspreidde een zalig gevoel van welbehagen door lichaam en ziel.

114

Sluiten