Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem als begon zij het sacrament der stervenden te lezen.

Nu scheen 't hem goed en lieflijk toe, te rusten op den bodem der zee. Dit was veel beter dan het kerkhof.

Hij strekte zich uit in zijn kooi en lang hoorde hij zijn moeders stem Latijnsche woorden mompelen. De wierook ging over hem heen, en hij hoorde naar 't rinkelen van de kettingen aan de wierookvaten.

Toen hield alles op. De koorknapen hieven de kaarsen op en gmgen voor zijn moeder uit, die met een harden slag het boek dichtsloeg. Hij zag hoe alle drie onder de grijze kooien verdwenen.

Op 't zelfde oogenblik, dat zij verdwenen, was het uit met de stilte. Hij hoorde de ademhaling van zijn kameraden, 't Scheepswant kraakte, de wind huilde, en de golven sloegen tegen het schip. Hrj begreep, dat hij nog tot de levenden behoorde op de oppervlakte der zee.

„Jezus Maria! wat moet dat gezicht beteekenen?" vroeg hii zich af. ° y

Tien minuten later werd „L'Univers" getroffen door een harden stoot midscheeps, 't Was alsof de heele stoomboot in twee stukken gestooten werd.

„Dat verwachtte ik wel," dacht de oude matroos.

Onder de vreeselijke verwarring, die ontstond doordat alle zeelieden half wakker uit hun kooien stormden, kleedde hy zich rustig in zijn beste kleeren. Het voorgevoel van den dood was hem als een lieflijke vreugd. Hrj voelde zich reeds thuis daar beneden op den bodem der zee.

Toen die sterke schok het vaartuig deed schudden, lag een kleine kajuitsjongen te slapen in een hokje bij de groote kajuit.

Hij ging slaapdronken in zijn kooi overeind zitten, verwonderd rondziend wat er toch gebeurde. Vlak boven zyn hoofd had hij een kleine ronde glasruit, waardoor hij naar buiten keek. Hij zag niets anders dan nevel, en dan een vormeloos grauw ding, dat als uit den mist scheen voortgekomen. Hij meende groote! grijze vleugels te zien. Er was zeker een verschrikkelijke, groote,' grijze vogel op de stoomboot neergeslagen. Nu lag die daar te' slingeren en te wiegen onder den aanval, terwijl het groote ondier op haar loshieuw met bek en klauwen en met zwiepende vleugels.

De kleine kajuitsjongen meende te zullen sterven van schrik.

Maar 't volgende oogenblik was hij klaar wakker en zag toen, dat een groote zeilboot naast de stoomboot lag en die stootte.

Hij zag groote zeilen en een vreemd dek, waar menschen in lange pelsrokken rondliepen in waanzinnigen angst. De wind

117

Sluiten