Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Goddank, dat ze mijn boot laten hangen, tot het ergste voorbij is," dacht ze.

Miss Höggs zag en hoorde verschrikkelijke dingen, 't Was haar alsof ze boven een hel zweefde, 't Dek zelf kon ze niet zien, maar ze hoorde geluiden, alsof er gevochten werd. Ze hoorde revolverschoten en zag lichten, blauwen kruitdamp van 't dek opstijgen.

Eindelijk kwam er een oogenblik, dat alles heel stil werd. „Nu wordt het tijd mijn boot neer te laten," dacht Miss Höggs.

Ze was steeds niet bang. Ze zat daar veilig tot het laatste oogenblik, toen de stoomboot zich geheel op zij legde. Eerst toen zag Miss Höggs in, dat de „Univers" aan 't zinken was, en dat men haar boot vergeten had.

Aan boord van de stoomboot bevond zich een jonge Amerikaansche vrouw, een Mrs. Gordon, die naar Europa reisde om haar bejaarde ouders op te zoeken, die al jarenlang in Parijs woonden. Ze had haar beide kinderen bij zich. 't Waren twee kleine jongens, die bij haar in de hut lagen te slapen, toen het groote ongeluk gebeurde.

Ze werd dadelijk wakker, 't Gelukte haar zichzelf en de kinderen zoowat aan te kleeden, en in de smalle gang tusschen de hutten te komen.

De gang was volgepropt met menschen, die allen uit de hutten waren gestormd om het dek te bereiken. Maar daar was 't toch niet moeilijk voort te komen. Bij de trap was 't veel erger. Daar was een vreeselijk gedrang. Meer dan honderd menschen wilden allen tegelijk naar boven.

De jonge Amerikaansche stond daar en hield aan iedere hand een kind. Ze keek met verlangen de trap op, en dacht er over hoe ze daar met haar kinderen naar boven kon komen. Ze zag hoe de menschen elkaar stootten en verdrongen en enkel aan zichzelf dachten; niemand scheen haar zelfs te zien.

Mrs. Gordon was genoodzaakt op anderen te Ietten, omdat ze hulp noodig had. Ze hoopte iemand te vinden, die een van de jongens op den arm wilde nemen, terwijl zrj zelf den anderen droeg.

Maar ze durfde niemand aanspreken. De mannen kwamen aanstormen, gekleed op allerlei manieren; sommigen in een deken gewikkeld, anderen met een overjas over de nachtkleeren. Velen hadden hun stok in de hand en toen ze naar de harde uitdrukking in hun oogen keek, kreeg ze den indruk, dat allen gevaarlijk waren.

Voor de vrouwen was ze niet bang, maar ze zag er geen een, wie ze haar kind kon toevertrouwen; allen waren ze als zinne-

121

Sluiten