Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t Kwam al nader en nader, en spoedig zag men dat het een lijk was De kotter ging vlak langs den doode; men kon aan

Z >ë Tn' Jat hCt 6en Zeeman was' HiJ la§ OP den rug, t gezicht stond rustig en de oogen waren open. Hij had nog niet zoo lang in t water gelegen, dat' hij veranderd was. 't Scheen golven welbehagen liet wiegen op de kleine, gekroesde

Maar toen de matrozen de oogen van hem afwendden, gaven ze bijna een schreeuw van schrik, want zonder dat zij 't gemerkt hadden was een tweede lijk komen opduiken vlak voor het schip. Zy hadden het bijna overzeild, maar op 't laatste oogenblik werd het door de deining weggedreven. Allen stormden naar de verschansing en keken naar beneden. Dit was een kind, een mooi

manteU-e meiSJe' ^ h0Cd °P het h°Qfd en een bIauw

„Ach hemel," zeiden de zeelieden en wischten de oogen af Ach Heere! zoo n klein ding."

Onmiddellijk daarna riep een van de mannen, dat hü er noa een zag, en een tweede, die naar een anderen kant uitkeek, verkondigde hetzelfde. Ze zagen opeens vijf lijken, ze zagen er tien en toen een heele menigte, te veel om te tellen.

't Vaartuig wiegde zacht heen en weer tusschen al die dooden die het omringden, alsof ze iets wilden vragen

Sommige kwamen in groote groepen aandrijven, ze schenen in de verte een of ander te zijn dat van 't land was losgeraakt maar van dichterbij bleken 't enkel lijken te zijn

Alle zeelieden stonden er naar te staren zonder zich te verroe"n konden nauwelijks gelooven, dat het waar was wat ze za-

Opeens was het hun alsof een heel eiland uit de zee opdook, t Leek een stuk land, maar toen zij dichterbij kwamen, zagen ze, dat het weer met anders dan lijken waren, dicht op elkaar gedreven. Zy omgaven het vaartuig van alle kanten, schenen het te volgen, alsof zy de reis over zee met het schip wilden maken.

De schipper liet het roer omgooien om wind in de zeilen te vangen, maar dat hielp niet veel.

't Zeil hing slap, en de dooden bleven 't schip omringen

De bemanning werd al bleeker en stiller. De kotter bewoozich zoo langzaam, dat ze den dooden niet konden ontkomen En ze vreesden, dat het zoo den heelen nacht zou doorgaan i ^°en £m Ce.n Zweedsch matroos voor op 't schip, en begon luid een Onze Vader" te bidden. Daarna hief hij een psalm aan

Toen hij midden in den psalm gekomen was, ging de zon onder ende avondwind voerde het schip buiten het bereik van de doo-

125

Sluiten